orgmenu

Gedragsregels met betrekking tot seksuele intimidatie

Inleiding

Seksuele intimidatie komt overal voor. Op school bijvoorbeeld of op je werk, je zult er ongetwijfeld wel eens over gehoord hebben. Maar ook op de sportclub, jammer genoeg. Met enige regelmaat staat het in de krant: ‘Jeugdleider bekent ontucht’ of ‘trainer aangeklaagd wegens machtsmisbruik’. Al lezende vraag je je wellicht af òf en op welke wijze deze problemen voorkomen hadden kunnen worden. En waar je terecht kunt voor eventuele hulp en advies, wanneer dergelijke problemen zich tóch voordoen. Atletiekvereniging Start’78 wil een beleid voeren tegen seksuele intimidatie. Niét omdat er tekenen zijn dat dit soort van intimidatie bij onze vereniging plaatsvindt, maar omdat Start’78 werkt en wil blijven werken aan kwaliteitsverbetering in de sport door het bevorderen van een veilig sportklimaat en een goede begeleiding. Sporters én medewerkers moeten zich bij onze vereniging zowel lichamelijk áls geestelijk goed kunnen voelen.

Op 20 mei 1997 zijn door de Algemene Vergadering van het NOC*NSF gedragsregels inzake seksuele intimidatie vastgesteld. Deze regels worden door Start’78 volledig onderschreven en maken dientengevolge deel uit van het ARBO-beleidsplan van de vereniging.

Gedragsregels ter preventie van seksuele intimidatie in de sport

  1. De begeleider moet zorgen voor een omgeving en sfeer waarbinnen de sporter zich veilig voelt te bewegen.
  2. De begeleider onthoudt zich ervan de sporter te bejegenen op een wijze die de sporter in zijn of haar waardigheid aantast, én verder in het privé-leven van de sporter door te dringen dan nodig is voor het gezamenlijk gestelde doel.
  3. De begeleider onthoudt zich van iedere vorm van seksueel (machts)misbruik of seksuele intimidatie tegenover de sporter.
  4. Seksuele handelingen en seksuele relaties tussen de begeleider en de jeugdige sporter tot 16 jaar zijn onder geen beding geoorloofd en worden beschouwd als seksueel misbruik.
  5. De begeleider mag de sporter niet op zodanige wijze aanraken dat de sporter en/of begeleider deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch van aard zal ervaren, zoals doorgaans het geval zal zijn bij het doelbewust (doen) aanraken van geslachtsdelen, billen en borsten.
  6. De begeleider onthoudt zich van seksuele verbale intimiteiten.
  7. De begeleider zal tijdens training(stages), wedstrijden en reizen gereserveerd en met respect omgaan met de sporter en de ruimten waarin de sporter zich bevindt, zoals kleed- of hotelkamer.
  8. De begeleider heeft de plicht de sporter te beschermen tegen schade en (machts)misbruik als gevolg van seksuele intimidatie. Daar waar bekend of geregeld is wie de belangen van de (jeugdige) sporter behartigt, is de begeleider verplicht met deze personen of instanties samen te werken opdat zij hun werk goed kunnen uitoefenen.
  9. De begeleider zal de sporter geen (im)materiële vergoedingen geven met de kennelijke bedoeling tegenprestaties te vragen. Ook de begeleider aanvaardt geen financiële beloning of geschenken die in onevenredige verhouding tot de gebruikelijke dan wel afgesproken honorering staan.
  10. De begeleider zal er actief op toezien dat deze regels worden nageleefd door iedereen die bij de sporter is betrokken. Indien hij gedrag signaleert dat niet in overeenstemming is met deze regels, zal hij de betreffende persoon daarop aanspreken.
  11. In die gevallen waarin de gedragsregels niet (direct) voorzien, ligt het binnen de verantwoordelijkheid van de begeleider in de geest hiervan te handelen

Toelichting op de gedragsregels

Ad. 2 Het gaat erom dat de begeleider niet onnodig indringt in het privé-leven van de sporter, bijvoorbeeld door er vragen over te stellen of afspraakjes te maken.

Ad. 3 De begeleider mag zijn specifieke situatie niet gebruiken voor doeleinden ten eigen nutte, die in strijd met de verantwoordelijkheid voor de sporter of die de grenzen van de relatie overschrijden, zoals bijvoorbeeld: In de professionele relatie met de sporter kunnen bij zowel sporter als begeleider gevoelens ontstaan die zich niet verhouden met de relatie tot het trainen of begeleiden. Bijvoorbeeld verliefdheid. Seksuele handelingen en relaties tussen begeleider en sporter worden ten sterkste afgeraden. Het is raadzaam één van beide verhoudingen te verbreken, de seksuele of de sportbegeleidingsrelatie.

Ad. 5 Uitgangspunt is wat de sporter als seksueel intimiderend ervaart. Bijvoorbeeld: Functionele aanrakingen zijn natuurlijk toegestaan.

Ad. 6 Hierbij kan gedacht worden aan: Ad. 7 Gereserveerd en met respect omgaan met de sporter betekent bijvoorbeeld dat: Bij gereserveerd en met respect omgaan met de ruimten waarin de sporter zich bevindt, kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het niet zonder aankondiging de kleed- of hotelkamer betreden.

Ad. 9 Door vergoedingen dreigt de objectiviteit van het handelen van de begeleider dan wel van de sporter in het gedrang te komen. Hierdoor kan een voedingsbodem ontstaan voor seksuele intimidatie en seksueel misbruik.

Vertrouwenspersoon

Bij onze atletiekvereniging hebben wij twee vertrouwenspersonen aangesteld. Dit zijn mensen die je in kunt schakelen indien je het vermoeden hebt dat er sprake is van seksuele intimidatie. Deze vertrouwenspersonen zijn: Wat doen deze vertrouwenspersonen? Onze vertrouwenspersonen behandelen alle informatie strikt vertrouwelijk. Alle stappen worden in samenspraak bepaald: de vertrouwenspersoon doet niets dat het slachtoffer niet wil. Het is dus ook mogelijk dat er alleen wordt gepraat en verder niets. Indien gewenst kan er contact worden opgenomen met een vertrouwenspersoon van buiten de vereniging. Indien een slachtoffer behoefte heeft aan een vertrouwelijk gesprek buiten de eigen vereniging, kan hij of zij ten eerste contact opnemen met de SOS Telefonische Hulpdiensten (0900- 2025590) of met de Kindertelefoon (0800 – 0432). Hier wordt naar jouw verhaal geluisterd en meegedacht over mogelijke oplossingen. Indien gezamenlijk tot de conclusie wordt gekomen dat verdere advisering gewenst is, dan kan verwijzing plaatsvinden naar een sportvertrouwenspersoon of naar een reguliere instantie in de woonomgeving.

De omgang met (vermoedens van) seksuele intimidatie.

De schade die slachtoffers van seksuele intimidatie oplopen is ernstig. Zwijgen over vermoedens of signalen kan tot gevolg hebben dat de situatie voortduurt of dat ook anderen het slachtoffer worden. Het is daarom belangrijk dat er altijd melding wordt gemaakt van (vermoedens van) seksuele intimidatie of misbruik binnen de vereniging. Daarbij moet duidelijk worden gemaakt dat een melding niet gelijk staat aan een beschuldiging. Melden heeft ten doel dat vermoedens worden onderzocht. Dit is in het belang van het slachtoffer, maar ook in het belang van de beschuldigde ingeval het vermoeden niet blijkt te kloppen. Alles serieus nemen houdt ten eerste in dat niet alleen concrete klachten, maar ook vermoedens en geruchten serieus worden onderzocht. Alles serieus nemen houdt ten tweede in dat àlle vormen van seksuele intimidatie serieus worden genomen en dat wij niet alleen oog hebben voor de ernstige vormen. Ook tegen kleinere grensoverschrijdingen moet worden opgetreden. Deze komen het meest voor en zijn een signaal voor een klimaat waarin ernstiger vormen eerder plaatsvinden. Uit ervaringen van slachtoffers blijkt bovendien dat de seksuele intimidatie meestal heel geleidelijk en met kleine grensoverschrijdingen is begonnen. Het is dus van wezenlijk belang deze grensoverschrijdingen tijdig te signaleren en aan te pakken: bijvoorbeeld door een gesprek aan te gaan en gedragsafspraken te maken.

Noot:
Onder begeleider wordt in deze gedragsregels verstaan: Ook andere betrokkenen, zoals meehelpende familieleden, dienen de regels na te leven. De begeleider kan zowel mannelijk als vrouwelijk zijn.

Steenwijk, 24 oktober 2010.